De enige witte soort
Van de ongeveer twintig wilde petuniasoorten heeft er maar één witte bloemen: Petunia axillaris. Die groeit in het zuiden van Brazilië en in delen van Argentinië en Uruguay. Twee ondersoorten leven op de vlakke pampa's, de derde in het hoogland bij de Andes. De bloemen zijn 3 tot 7 centimeter lang. Samen met de violette P. integrifolia is deze soort de ouder van de tuinpetunia.
Wit is bij de petunia dus geen gril van de kweker, maar een kleur die er vanaf het begin in zat. Al bij de eerste petunia's die in 1823 overzee werden gebracht, zat de witte soort.
Waar wit het mooist staat
- Op een balkon of terras waar je 's avonds zit: wit blijft in de schemering lang zichtbaar.
- In gemengde bakken, waar wit sterke kleuren als paars, blauw en rood met elkaar verbindt.
- Naast grijsbladige planten en siergrassen voor een koel, sober beeld.
- In een witte tuin waarin alle bloemen dezelfde kleur hebben.
Schoon wit houden
Op een witte bloem valt elke bruine vlek op. Regen en ouderdom kleuren de bloemen bruin, dus haal verwelkte bloemen om de paar dagen weg. Grootbloemige rassen hebben het meest te lijden van een bui. Voor een open plek kies je daarom beter een veelbloemig, kleinbloemig of hangend type, of je zet de bak onder een overkapping.
Giet ook bij voorkeur op de grond en niet over het blad, want nat blad maakt de plant vatbaarder voor ziektes.
Worden de scheuten in augustus lang, knip ze dan terug tot ongeveer de helft. Er komen nieuwe zijscheuten met verse knoppen.
Wat een witte petunia verder nodig heeft
Minstens vijf uur zon per dag, luchtige grond die goed afwatert en regelmatig voeding. Geef in één keer flink water in plaats van elke dag een scheutje. Petunia's kunnen niet tegen vorst, zet ze dus pas buiten als de nachten vorstvrij zijn. Voor huisdieren is de witte petunia volgens ASPCA niet giftig.