Gekweekt wit
In het wild is de korenbloem blauw. Witte exemplaren duiken af en toe op, maar de witte korenbloemen uit zaadzakjes en snijbloemenkwekerijen zijn geselecteerde tuinvormen. De bekendste is 'White Ball', een gevulde cultivar met dichte, ietwat gerafelde bloemhoofdjes. Kijk je goed, dan zie je in het hart vaak een zweem roze of grijs van de meeldraden.
Witte korenbloemen worden in de tuin even hoog als de blauwe en hebben dezelfde dunne, grijsgroene stengels. Daardoor zijn ze geschikt als luchtige vulling tussen grotere bloemen.
Wanneer kies je wit?
Wit wordt traditioneel geassocieerd met zuiverheid en met rouw. Een handvol witte korenbloemen in een bruidsboeket geeft een veldachtige, ongedwongen uitstraling, zeker naast margrieten en grassen. In een herdenkingsstuk zijn ze een zomerse aanvulling op witte rozen of chrysanten, en ze maken een zwaar stuk wat lichter.
Wil je meer contrast, zet dan witte en blauwe korenbloemen samen in één vaas. Het wit laat het blauw nog dieper lijken.
Zo kweek je witte korenbloemen
- Zaai vanaf april rechtstreeks buiten, of zaai iets eerder binnen voor en plant uit als nachtvorst voorbij is.
- Houd ongeveer 30 centimeter tussen de planten, zodat ze stevig en luchtig groeien.
- Geef een zonnige plek. Schrale, goed doorlatende grond werkt beter dan zwaar bemeste grond.
- Knip uitgebloeide hoofdjes regelmatig weg; dan gaat de bloei door tot in het najaar.
- Wie in de herfst zaait en de jonge planten beschut laat overwinteren, heeft het volgende jaar eerder bloemen.
Snij de stelen voor de vaas als de bloemen net open zijn. Witte bloemen laten bruine randjes sneller zien dan blauwe, dus ververs het water om de paar dagen en haal verwelkte hoofdjes tijdig weg.
Bijen en huisdieren
Ook de witte vorm is rijk aan nectar en wordt druk bezocht door bijen en zweefvliegen. Volgens de ASPCA is de korenbloem niet giftig voor katten, honden en paarden, dus een witte bos kan veilig in huis.