Hoe de rode zonnehoed echt rood werd
De naam rode zonnehoed is misleidend. Echinacea purpurea bloeit in het wild paars tot lichtroze, niet scharlaken. Echt rode zonnehoeden zijn kruisingen. Kwekers combineerden de paarse soort met Echinacea paradoxa, de enige zonnehoed die van nature geel bloeit. Uit de nakomelingen selecteerden ze oranje, rode en tweekleurige planten.
Een bekend resultaat is 'Tomato Soup'. Hij wordt ongeveer tachtig centimeter hoog en heeft grote, felrode bloemen die bij het ouder worden naar oranje verkleuren. Hij bloeit van juni tot september. Zo zie je aan één plant vaak meerdere tinten tegelijk, van vers rood tot warm oranje.
Rood vraagt om de juiste plek
Rode kruisingen willen hetzelfde als de wilde soort: zon en grond waar water niet blijft staan. Een gevestigde plant verdraagt droogte beter dan natte voeten, zeker in de winter.
- Plant in het voorjaar of de vroege zomer, zodat de wortels zich voor de winter kunnen vestigen.
- Geef een jonge plant de eerste weken regelmatig water; daarna kan hij met minder toe.
- Gekweekte kruisingen zijn soms minder sterk en kortlevender dan de wilde soort. Een warme, wat drogere plek helpt.
- Zaad van een rode kruising geeft meestal geen rode nakomelingen. Wil je dezelfde kleur, koop dan een nieuwe plant of deel een oude.
Rood in de border
Rode zonnehoeden passen in een warm kleurenschema met gele daglelies, oranje goudsbloemen en donkere siergrassen. Ze bloeien laat in de zomer, wanneer veel vroege vaste planten al klaar zijn, en houden de border dan kleurrijk. Een paar stelen staan ook mooi in een zomerboeket.
Laat in de herfst een paar bloemhoofden staan. De kegels blijven in de winter overeind en geven de border structuur. Bijen en vlinders bezoeken de bloemen in de zomer.
Net als de wilde soort geldt een rode zonnehoed als niet giftig voor katten en honden; grote hoeveelheden kunnen wel een maag van streek maken.