Een zeldzame kleur
Ridderspoor kennen de meeste mensen in blauw en paars. Kwekers haalden uit Delphinium elatum, de stamvader van de hoge tuinrassen, ook roze, crème en wit, maar rood zit niet in die soort. Echt rode bloemen vind je vooral bij twee wilde soorten van de westkust van Noord-Amerika.
Twee Californische soorten
- Scharlakenridderspoor (Delphinium cardinale) groeit in Californië en Baja California, op hellingen met chaparral, vaak op puin van schalie of vuursteen. De stengel wordt vaak meer dan twee meter hoog. De bloemen zijn scharlakenrood, ongeveer drie centimeter breed en lang, en de bovenste twee kroonbladen hebben felgele vlekken. NatureServe beschouwt de soort als kwetsbaar.
- Delphinium nudicaule groeit in canyons en op berghellingen in Californië en Oregon, onder de 2000 meter. Hij blijft veel lager, 30 tot 60 centimeter, en bloeit rood tot oranje. Hij kruist gemakkelijk met andere ridderspoorsoorten.
Kolibries als bestuivers
De meeste ridderspoor wordt bestoven door vlinders en hommels. De rode, buisvormige bloemen van deze twee soorten passen bij een andere bezoeker: ze worden bestoven door kolibries.
Rood in de tuin
De Amerikaanse kwekers Reinelt en Samuelson kruisten scharlakenridderspoor in om rode en oranje hybriden te maken. Rode ridderspoor blijft toch een zeldzaamheid die je meestal als botanische soort of als specifiek benoemd ras moet zoeken. In een boeket geeft hij hoogte en warmte naast oranje en gele zomerbloemen; houd hem net als andere ridderspoor ver van fruit, omdat ethyleen de bloemen laat vallen.
Even giftig als blauw
In de bovengrondse delen van scharlakenridderspoor zitten diterpeenalkaloïden, waarschijnlijk ook het zeer giftige methyllycaconitine. In D. nudicaule zijn meerdere van die alkaloïden gevonden, met in proeven op muizen een hoge giftigheid. ASPCA beschouwt ridderspoor als giftig voor honden, katten en paarden.
De rode kleur maakt de plant dus niet onschuldiger: houd hem buiten bereik van kinderen en dieren.