Rood uit de Himalaya
Rhododendron arboreum groeit wild van Pakistan en India via Nepal en Bhutan tot in Myanmar, Thailand, China en Sri Lanka. Het is een boomvormige soort die tot twintig meter hoog kan worden, al blijft hij vaak rond de twaalf meter. In het vroege en midden van het voorjaar verschijnen trossen van vijftien tot twintig klokvormige bloemen in rood, roze of wit, met donkere nectarzakjes binnenin.
De soort is de nationale bloem van Nepal en wordt genoemd als ouder van een Catawbiense-hybride.
Winterharde hybriden
De rode rododendrons in het tuincentrum zijn meestal hybriden. Een belangrijke rol in die veredeling speelt de Amerikaanse Rhododendron catawbiense uit de zuidelijke Appalachen. Die bloeit zelf paarsviolet, maar zijn kouderesistentie maakte hem waardevol als ouder voor hybriden die buiten hun natuurlijke gebied moeten groeien.
Vraag bij aankoop van een rode cultivar daarom altijd naar de winterhardheid.
Fel rood springt in het voorjaar het meest in het oog voor een donkere achtergrond van coniferen of naast witte en roze rododendrons. In een kleine tuin kan rood snel overheersen; één struik als blikvanger is vaak genoeg.
Grond en standplaats
- Rododendrons willen zure grond, met een pH van ongeveer 4,5 tot 5,5. Voor kalkrijkere grond zijn er kalkverdragende planten, verkocht als 'Inkarho'.
- Kies humusrijke, vochtige maar goed doorlatende grond; staand water neemt de wortels zuurstof af.
- Lichte schaduw en beschutting tegen wind voorkomen bladschade.
- Plant ondiep, want de wortels zitten vlak onder de oppervlakte.
Zeer giftig voor huisdieren
Volgens de ASPCA zijn rododendrons giftig voor honden, katten en paarden. Grayanotoxine kan braken, diarree, kwijlen, zwakte en coördinatieproblemen veroorzaken, en in ernstige gevallen coma of de dood. Enkele bladeren kunnen al genoeg zijn, en klachten beginnen meestal binnen een paar uur. Ook honing van rododendronnectar kan bij mensen giftig zijn.
Is je hond of kat aan de struik geweest, bel dan meteen de dierenarts.