Amaryllis of ridderster?
De plant die iedereen amaryllis noemt, is een Hippeastrum, wat ridderster betekent. Het echte geslacht Amaryllis is een andere plant uit Afrika, al horen beide bij de narcisfamilie. Afhankelijk van de bron telt Hippeastrum zeventig tot ruim honderd soorten, en daarnaast meer dan zeshonderd hybriden en cultivars.
De wilde soorten komen voor in tropisch en subtropisch Amerika, met het zwaartepunt in Oost-Brazilië en het zuiden van de Andes; enkele reiken tot Mexico en het Caribisch gebied.
Veredeld in Engeland en Nederland
De eerste bekende kruising maakte de Engelse horlogemaker Arthur Johnson. Daarna werd Nederland een centrum van veredeling: kwekers haalden soorten uit Mexico en Zuid-Amerika en maakten er talloze hybriden van. Jan de Graaff en zijn zonen ontwikkelden bijvoorbeeld de Reginae-lijn. Moderne cultivars zijn er in rood, roze, zalm, oranje, wit, geel en lichtgroen, vaak met strepen of randen.
Grote bol, meer bloemen
Hoe groter de bol, hoe meer bloemstelen. De grootste bollen geven drie of meer stelen met elk minstens vier bloemen. Een gewone bol maakt meestal twee stelen met vier tot zes bloemen, afhankelijk van de cultivar. Kies een zware, stevige bol zonder zachte plekken of beschadigingen.
Bloei op tijd
De Royal Horticultural Society adviseert om de bol van oktober tot januari te planten in een pot die net iets groter is dan de bol, met twee derde van de bol boven de grond. Na zes tot acht weken gaan de bloemen meestal open.
- Zet de pot licht en warm, rond 21 graden, en geef weinig water tot het nieuwe blad verschijnt.
- Draai de pot regelmatig, zodat de steel recht groeit.
- Zet de plant tijdens de bloei koeler, rond 15 tot 18 graden; dan houdt de bloei langer stand.
- Wil je hem opnieuw laten bloeien, knip dan de uitgebloeide steel weg en laat het blad doorgroeien. Uit zaad duurt het ongeveer zes jaar voordat een plant bloeit.
Giftig
De ASPCA noemt amaryllis giftig voor honden, katten en paarden door lycorine en verwante stoffen. Verschijnselen zijn onder meer braken, diarree, buikpijn, kwijlen, weinig eetlust en trillen.