Struik of boom?
Onder de witte magnolia's zit veel verschil in formaat. De stermagnolia (Magnolia stellata) komt uit Japan en is een langzaam groeiende struik of kleine boom van meestal anderhalf tot tweeënhalve meter hoog, die op leeftijd behoorlijk breed wordt. In het wild is hij zeldzaam: de IUCN beschouwt de soort als bedreigd.
Magnolia kobus groeit uit tot een echte boom met witte bloemen. Een kruising van die twee is Magnolia × loebneri, gemaakt door de Duitse kweker Max Löbner. Daaruit komen witte cultivars als 'Merrill', die laat bloeit, en 'Ballerina'.
De bloem van dichtbij
Een magnoliabloem heeft geen aparte kelk- en kroonbladen, maar gelijkvormige bloemdekbladen. Bij de stermagnolia zijn dat er minstens twaalf, bij sommige cultivars meer dan dertig, waardoor de bloem op een ster lijkt. De bloemen zijn zeven tot tien centimeter breed en ruiken licht. Bekende witte cultivars zijn 'Royal Star' en 'Waterlily'; 'Royal Star' heeft de Award of Garden Merit van de Royal Horticultural Society.
Puur wit valt het meest op tegen een donkere achtergrond, zoals een taxushaag of een bakstenen muur.
Pas op voor nachtvorst
Omdat witte magnolia's vroeg bloeien, kan één nacht vorst de bloemen bruin kleuren. Magnolia × loebneri bloeit een paar weken na de stermagnolia en ontsnapt daardoor vaker aan late vorst. Kies in een koude, laaggelegen tuin dus liever een laatbloeiende cultivar of een beschutte plek.
Planten en snoeien
- Geef een zonnige, beschutte plek met vruchtbare, vochtige maar goed doorlatende grond, bij voorkeur licht zuur of neutraal.
- Water een pas geplante magnolia de eerste jaren regelmatig.
- Mulch jaarlijks, maar laat rond de stam een ring van tien centimeter vrij om rot van de bast te voorkomen.
- Snoei alleen als het nodig is, tussen midzomer en vroege herfst. In de late winter en het vroege voorjaar bloeden snoeiwonden.
Volgens de ASPCA is de stermagnolia niet giftig voor honden, katten en paarden. Een witte stermagnolia is dus een veilige keuze voor een tuin waar huisdieren rondlopen.