Zo herken je hem
De bosanemoon heeft één bloem per stengel, met meestal zes of zeven witte bloemdekbladen. De buitenkant is vaak licht roze of paars aangelopen, vooral bij koud weer en in de knop. In het hart zitten tientallen goudgele meeldraden. Onder de bloem staan drie bladeren die zo diep zijn ingesneden dat ze op een hand lijken.
Wrijf je over het blad, dan ruik je een muskusachtige geur; in het Engels heet de plant daarom ook smell fox. De bloemen worden 2 tot 4 centimeter breed en wiegen op hun dunne steeltjes mee in de wind.
Bosanemoon of bosannemoon?
De juiste spelling is bosanemoon, met één n in het midden. Het woord komt van het geslacht Anemone. De variant met dubbele n zie je veel, maar is geen correcte spelling.
Witte tuinvormen
Er bestaan meer dan zeventig cultivars van de bosanemoon. Een bekende witte is 'Vestal', met een dicht, gevuld hart waarin de meeldraden zijn veranderd in kleine bloemblaadjes. Er zijn ook andere gevulde vormen. Zulke rassen geven in de tuin hetzelfde voorjaarseffect als de wilde plant.
Zelf laten verwilderen
- Plant bosanemonen in halfschaduw onder struiken of loofbomen.
- Kies humusrijke grond die in het voorjaar vochtig is maar goed afwatert.
- Ze passen onder rozen en heesters of in een schaduwrijke rotstuin.
- Plant een paar wortelstokken dicht bij elkaar en heb geduld: de plant breidt zich maar langzaam uit.
- Koop planten bij een kwekerij en graaf ze niet uit het bos.
In de tuin is de bosanemoon volledig winterhard. Draag bij het planten handschoenen, want het sap bevat protoanemonine, dat de huid kan irriteren.