Altijd levend
Huislook (Sempervivum) hoort bij de vetplantenfamilie Crassulaceae. De botanische naam betekent 'altijd levend', naar het Latijnse semper en vivus. Het geslacht telt ongeveer veertig soorten, die van Marokko tot Iran in de bergen groeien, onder meer in de Alpen, de Karpaten en de Kaukasus. Er bestaan honderden, misschien duizenden cultivars.
Die worden vooral gekozen om de vorm en kleur van de bladrozet, veel minder om de bloemen.
De bekendste soort is Sempervivum tectorum, die in het Nederlands ook donderblad heet. Een pol wordt tot 15 centimeter hoog en 50 centimeter breed, en in de zomer verschijnen roodpaarse bloemen.
Moeder met kinderen
Elke rozet bloeit maar één keer en sterft daarna af; botanici noemen dat monocarp. De plant verdwijnt toch niet, want rond de moederrozet zijn dan al zijscheuten gegroeid. In het Engels heet huislook daarom hens and chicks, kip met kuikens. Haal de verdroogde rozet na de bloei voorzichtig weg en laat de jonge rozetten de open plek opvullen.
Losse zijrozetten kun je ook elders in de grond drukken.
Bliksem en vonken
Volksnamen als daklook, donderblad en donderbaard verwijzen naar het oude geloof dat huislook op het dak tegen blikseminslag beschermt. Karel de Grote raadde in zijn Capitulare de villis aan om de plant op daken te kweken. Er was ook een praktisch voordeel, schrijft de Nederlandse Wikipedia: toen er nog met hout of turf werd gestookt, vielen vonken uit de schoorsteen op de sappige planten in plaats van op droog dakmateriaal.
Zo gedijt huislook
- Zet hem in de volle zon op zanderige of grindachtige grond die water goed doorlaat.
- Natte winters zijn gevaarlijker dan droogte; bescherm hem tegen langdurige natheid.
- Gebruik in een pot grof substraat en een pot met een gat in de bodem.
- Let op de taxuskever, waarvan de larven aan de wortels vreten.
In grote hoeveelheden werkt het sap braakwekkend, dus huislook is geen snack voor huisdieren.