De vingerhoed van het bos
Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) hoort tegenwoordig bij de weegbreefamilie. De soort komt van nature voor in West-Europa en Noord-Afrika en is in Nederland en België algemeen, vooral langs bosranden, op kapvlakten en in lichte bossen. De naam verwijst naar de bloemen, die op een vingerhoed lijken; ook de wetenschappelijke naam is afgeleid van het Latijnse digitus, vinger.
De plant is tweejarig of kortlevend vast. In het eerste jaar vormt hij een rozet van eironde tot lancetvormige bladeren. Pas in het tweede jaar komt er een bloeistengel van 30 centimeter tot wel twee meter. De klokvormige bloemen van vier tot vijf centimeter zijn meestal magenta, soms lichtroze of wit, en van binnen gevlekt.
Eén stengel kan meer dan negentig bloemen dragen en duizenden zaden opleveren.
Een plant voor hommels
Hommels moeten helemaal in de bloemkroon kruipen om bij de nectar te komen. De vlekken binnenin wijzen ze de weg. Daardoor is vingerhoedskruid een waardevolle plant voor een natuurlijke tuin.
Zaaien en een plek kiezen
- Het zaad kiemt in het licht, dus strooi het op de grond en dek het niet af.
- Kies halfschaduw en humusrijke, liefst wat zure grond die niet uitdroogt.
- Na de bloei sterft de plant meestal af. Wil je dat hij zich uitzaait, laat dan de zaaddozen rijpen; wil je dat niet, knip de bloeistengels dan op tijd af.
- Lichte bosranden, onder hoge bomen of achter in de border: daar komt de hoge bloeiaar het best tot zijn recht.
Als snijbloem zie je vingerhoedskruid weinig. Snij je toch stengels voor de vaas, draag dan handschoenen, zet de vaas buiten bereik van kinderen en dieren en was je snoeischaar na gebruik.
Zeer giftig
Alle delen van vingerhoedskruid bevatten hartglycosiden, zoals digitoxine en digoxine. Voor mensen en dieren kan dat dodelijk zijn. Volgens de ASPCA geeft de plant bij honden, katten en paarden hartritmestoornissen, braken, diarree, zwakte, hartfalen en mogelijk de dood. De Engelse arts William Withering beschreef als eerste hoe het kruid bij hartklachten en vochtophoping werkt; uit de plant gewonnen stoffen worden nog steeds als hartmedicijn gebruikt.
Heeft iemand van de plant gegeten, bel dan direct de huisarts of de spoedeisende hulp.