Een oude tuinbloem
De goudsbloem (Calendula officinalis) is een plant uit de composietenfamilie. Waar de soort precies vandaan komt, is door de lange teelt niet zeker; waarschijnlijk uit Zuid-Europa. In Nederland wordt hij al heel lang in tuinen gekweekt en is hij hier en daar verwilderd. De plant blijft meestal tussen 30 en 45 centimeter, al kunnen sommige cultivars hoger worden.
De bloemhoofdjes zijn 4 tot 7 centimeter breed en bloeien bij ons ongeveer van mei tot in november.
De bloemen zijn geel of oranje, en het hart is soms donkerder. Bekende cultivars zijn het heldergele 'Sun Glow', het lichtgele 'Lemon' en de oranje 'Orange Prince'. Oude volksnamen als kroningsbloem en oranjebloem verwijzen naar het Huis van Oranje. Verwar de goudsbloem niet met het afrikaantje (Tagetes): dat is een andere plant, ook al heten beide in het Engels marigold.
Is de goudsbloem giftig?
Nee. De ASPCA noemt de goudsbloem niet giftig voor honden en katten. Voor mensen zijn de bloemblaadjes zelfs eetbaar. Ze geven kleur aan salades en soepen en werden vroeger gebruikt om kaas en boter te kleuren, soms als vervanging van saffraan. Mensen die allergisch zijn voor composieten kunnen er wel klachten van krijgen.
Zaaien en verzorgen
- Zaai in het voorjaar rechtstreeks buiten, op 1 à 2 centimeter diepte. De goudsbloem kan beter tegen kou dan veel andere zomerbloemen.
- Kies een zonnige plek; lichte schaduw gaat ook. Bijna elke grond is geschikt, ook vrij schrale.
- Knip uitgebloeide bloemen regelmatig weg, dan blijft de plant doorbloeien.
- Laat je een paar bloemen zaad zetten, dan komen er het jaar erop vaak vanzelf nieuwe plantjes op.
Goudsbloemen trekken bestuivers en andere nuttige insecten aan en staan daarom vaak langs de moestuin.
Gebruik in huis
Langstelige cultivars zijn geschikt als snijbloem en houden het in de vaas zo'n vijf tot acht dagen vol. Van de bloemen worden ook zalven en tincturen gemaakt; de plant wordt van oudsher gebruikt voor huidverzorging.