Wilde bosrank en tuinclematis
Strikt genomen is bosrank één soort: Clematis vitalba, uit de ranonkelfamilie. In Nederland bereikt deze klimmer de noordgrens van zijn natuurlijke verspreiding. Je vindt hem vooral in Limburg, in het rivierengebied en in de kalkrijke duinen langs de zuidelijke kust. Van juni tot augustus bloeit hij met pluimen kleine bloemen die van buiten groen en van binnen wit zijn.
Daarna volgen vruchtjes met lange, behaarde pluimpjes tot 4 centimeter, die in de winter als grijze plukken in hagen hangen.
De grootbloemige clematissen in tuincentra zijn andere soorten en hun kruisingen. Clematissen klimmen door hun bladstelen om een steun te winden. Ze hebben dus gaas, draad of een klimrek nodig, geen kale muur.
Snoeien per groep
Hoe je snoeit, hangt af van wanneer de clematis bloeit. Het etiket vermeldt vaak de snoeigroep.
- Groep 1: vroege bloeiers op hout van vorig jaar. Haal na de bloei alleen uitgebloeide bloemen en te lange ranken weg.
- Groep 2: grootbloemige hybriden die in de vroege zomer bloeien en vaak later nog eens. Knip in februari licht terug tot een stevige knop.
- Groep 3: laatbloeiers die op nieuwe scheuten bloeien, zoals 'Jackmanii' en 'Perle d'Azur'. Knip ze elk jaar in februari terug tot het onderste paar stevige knoppen.
Een handige vuistregel van de RHS: bloeit hij voor juni, dan snoei je niet; bloeit hij vanaf eind juni, dan snoei je in februari.
Kop in de zon, voeten in de schaduw
De meeste clematissen bloeien het rijkst in zon of halfschaduw. De wortels willen koele, vochtige grond. Bedek de voet met lage planten of stenen en geef jonge planten in droge perioden flink water. Grootbloemige hybriden plant je zo dat de bovenkant van de kluit 5 tot 7,5 centimeter onder de grond zit; dan kunnen ze na clematisverwelking opnieuw uitlopen.
Giftig
Het sap bevat protoanemonine. De ASPCA noemt clematis giftig voor honden, katten en paarden, met kwijlen, braken en diarree als verschijnselen. Draag handschoenen bij het snoeien.