Rood zat er al in
Bij veel bloemen is rood het resultaat van jaren veredeling, maar bij Ranunculus asiaticus komt het van nature voor. Wilde planten in het oosten van het Middellandse Zeegebied bloeien rood, roze, geel of wit, met kleine enkelvoudige bloemen. De rode ranonkels in de handel zijn gevulde selecties met zoveel blaadjes dat de bloem bijna een bol wordt.
De tint varieert van helder kersenrood tot diep wijnrood.
Rode ranonkels in een pot kweken
Een rode ranonkel kun je prima zelf opkweken op een balkon of in een koude bak. Zo pak je het aan:
- Week de gedroogde knolletjes 8 tot 12 uur in water.
- Laat ze daarna ongeveer twee tot vier weken voorkiemen bij zo'n 12 tot 16 graden.
- Plant ze met het midden omhoog en de vingertjes omlaag, en bedek ze maar met een dun laagje grond.
- Zet de pot op een lichte plek en houd de grond gelijkmatig vochtig, zonder natte voeten.
Gekiemde planten kunnen een nachtje lichte vorst hebben, maar ongekiemde knolletjes mogen nooit bevriezen.
Koel houden voor meer knoppen
De ranonkel is een plant van het koele seizoen. Tussen ongeveer 5 en 18 graden groeit hij het best. Boven de 21 graden gaat hij in rust en komen er geen nieuwe knoppen meer. Een warme, zonnige zomer betekent dus een korte bloei, en een koel voorjaar juist een lange. Een noord- of oostbalkon is daarom vaak geschikter dan een zuidterras.
Rood in het boeket
Diep rood geeft een winterboeket diepte, helder rood past bij Valentijn en het voorjaar. Combineer rode ranonkels met witte bloemen, donker blad of oranje tinten, en zet ze tussen tulpen, rozen of anjers die de teerdere stelen ondersteunen. Wie katten of honden heeft, zet de vaas hoog: volgens de ASPCA veroorzaakt de stof protoanemonine bij huisdieren onder meer braken en zweertjes in de bek.