Rood is gekweekt
De wilde vaste lupine (Lupinus polyphyllus) uit het westen van Noord-Amerika bloeit blauw en soms wit. Alle rode, roze en tweekleurige lupinen in tuinen zijn dus gekweekt. Een groot deel van dat kleurenpalet komt van de Engelse kweker George Russell, die meer dan twintig jaar met lupinen werkte, de bestuiving aan hommels overliet en blauw juist minder mooi vond.
Zijn lupinen toonde hij voor het eerst op de Chelsea Flower Show, toen hij al 79 was.
Verwacht bij een rode lupine geen tomatenrood. De meeste rode rassen zijn karmijn-, steen- of wijnrood. Kies je uit zaad, dan kan de kleur afwijken, want zaailingen van hybriden lijken niet altijd op de ouderplant.
Groeiplek en verzorging
- Volle zon is nodig; in de schaduw blijft de bloei mager.
- De grond moet goed water doorlaten en neutraal tot licht zuur zijn.
- Op zware, voedselrijke grond leven lupinen vaak maar een paar jaar.
- Knip uitgebloeide trossen tot onderaan af, dan maakt de plant vaak nieuwe.
- Houd in het voorjaar slakken en lupineluizen in de gaten; ook meeldauw en lupine-anthracnose komen voor.
Vermeerderen
Wil je precies hetzelfde rood houden, neem dan stekken. Snijd in het midden of eind van het voorjaar jonge scheuten van ongeveer acht centimeter bij de voet van de plant af en laat ze wortelen. Zaaien kan ook: kerf de harde zaadhuid in, laat het zaad een etmaal weken en zaai bij tien tot vijftien graden.
Na tien tot veertien dagen kiemt het.
Rood in de border en giftigheid
Rode lupinen staan krachtig naast blauwe en witte, of naast oranje en gele zomerbloeiers. Omdat ze eind mei en juni bloeien, vullen ze het gat tussen de voorjaarsbollen en de hoogzomer. Hommels komen er graag op af.
Alle delen van de plant zijn volgens de RHS giftig, vooral de zaden. Werk met handschoenen en houd peulen weg bij kinderen en dieren.