Eén soort, veel gezichten
Struikhei is de enige soort in het geslacht Calluna en hoort bij de heidefamilie (Ericaceae). Het is een wintergroene dwergstruik met kleine, schubachtige blaadjes die dakpansgewijs langs de twijgen liggen. In de natuur wordt hij meestal 30 tot 50 centimeter hoog. Op voedselarme zandgronden en kalkarme duinen vormt hij de bekende paarse heidevelden, die alleen blijven bestaan als de bodem arm blijft, bijvoorbeeld door plaggen of begrazing.
Vroeger bond men bezems van de takken, en zulke heidebezems zijn nog steeds te koop. Imkers zetten hun kasten graag bij bloeiende heide: honingbijen, hommels en wilde bijen komen massaal op de nectar af.
Struikhei of dophei?
In het najaar staan in tuincentra vaak twee soorten naast elkaar. Struikhei herken je aan de piepkleine, schubvormige blaadjes en de bloemtrosjes langs de stengel. Dophei en winterheide horen bij het geslacht Erica. Dat is familie, maar een ander geslacht, met naaldvormige bladeren en klokvormige bloempjes; winterheide bloeit zelfs midden in de koude maanden.
Kijk dus op het etiket welke plant je koopt.
Waarom potheide niet opengaat
De meeste struikhei in potten is een knopbloeier. Die bloemen blijven gesloten, zodat de kleur van de knoppen wekenlang mooi blijft, vaak tot ver in de herfst. Het nadeel is dat bijen er weinig aan hebben, omdat er geen nectar vrijkomt. Wil je iets voor insecten doen, kies dan een gewone, openbloeiende struikhei voor de tuin.
Heide en huisdieren
Struikhei staat niet op de ASPCA-lijst van planten die giftig zijn voor katten of honden en wordt niet als giftige plant beschouwd. Verwanten uit dezelfde familie, zoals rododendron en azalea, zijn volgens de ASPCA wel giftig. Controleer daarom bij gemengde herfstbakken wat er nog meer in de pot staat, en voorkom dat je kat grote hoeveelheden van welke plant dan ook opeet.