Eén naam, verschillende geslachten
Wat we in de tuin en bij de bloemist aster noemen, hoort botanisch niet meer bij één geslacht. Na een herindeling bleven in Aster alleen soorten uit Eurazië over, zoals de bergaster (Aster amellus). De Noord-Amerikaanse herfstasters verhuisden naar Symphyotrichum. Ook twee soorten die hier van nature voorkomen kregen een nieuwe naam: de zulte heet nu Tripolium pannonicum en de kalkaster Galatella linosyris.
De zomeraster (Callistephus chinensis) uit China en Korea vormt al langer een apart geslacht.
Een Nederlands tintje uit Amerika
De Nieuw-Nederlandse aster (Symphyotrichum novi-belgii) dankt zijn naam aan Nieuw-Nederland, de zeventiende-eeuwse kolonie in het gebied van het huidige New York. De plant wordt 60 tot 120 centimeter hoog en bloeit van augustus tot oktober, meestal blauwviolet of paars. In het Engels heet hij Michaelmas daisy, omdat hij rond Sint-Michiel op 29 september in bloei staat.
Er bestaan meer dan duizend benoemde cultivars. Samen met de Nieuw-Engelse aster (Symphyotrichum novae-angliae) is hij in Nederland buiten de tuin verwilderd.
Zo groeien asters goed
- Geef herfstasters een zonnige, open plek. Op een krappe of schaduwrijke plek krijgen ze sneller last van schimmels.
- De Nieuw-Engelse aster houdt van vochtige, voedselrijke grond die niet zuur is, op zand of op klei.
- Oude pollen worden na een paar jaar dicht. Scheur of dun ze dan uit.
- Knip uitgebloeide stengels in de late herfst of pas in het voorjaar af.
Asters in de vaas
Niet elke aster is een goede snijbloem. De Nieuw-Engelse aster is daar volgens de Nederlandse Wikipedia niet geschikt voor. Voor boeketten worden juist kleinbloemige herfstasters zoals 'Monte Cassino' geteeld, met trossen witte sterretjes, en de zomeraster, die al sinds uiterlijk 1728 buiten Azië wordt gekweekt.
Over huisdieren: ASPCA noemt de zomeraster niet giftig voor honden, katten en paarden. Die vermelding gaat alleen over Callistephus, dus voor de overige asters is ze geen garantie.