Rood in het wild?
De gulden sleutelbloem in onze bermen en hooilanden is geel, en de wilde stengelloze sleutelbloem bleekgeel. Toch zijn in de duinen van Walcheren naast witte en lichtroze ook rode exemplaren van de stengelloze sleutelbloem gevonden. Volgens botanici gaat het bij rode planten in de natuur waarschijnlijk vaak om verwilderde tuinvormen.
Verder oostelijk, op de Balkan en in Turkije, bloeit de ondersoort sibthorpii van nature roze tot rood of paars. Daar komt het rood in de soort dus oorspronkelijk vandaan.
Rode potprimula's
De felrode, lage primula's die je in de winter en het vroege voorjaar ziet, zijn kweekvormen van Primula vulgaris. Veredelaars hebben er diepe wijnrode tinten aan toegevoegd en tweekleurige bloemen waarbij het rood een geel oog omringt. Een kruising met de gulden sleutelbloem, Primula × polyantha, heeft meerdere bloemen aan een hogere steel en is er ook in rood.
Een rode primula brengt kleur in huis op een moment dat er buiten nog bijna niets bloeit. Hij staat goed in een rode pot, of rond Pasen tussen gele en witte primula's.
Een hoge rode sleutelbloem voor de tuin
Zoek je iets groters, kijk dan naar de Japanse sleutelbloem (Primula japonica). De selectie 'Miller's Crimson' bloeit karmijnrood en kreeg de Award of Garden Merit van de Royal Horticultural Society. De plant wordt ongeveer 45 centimeter hoog en groeit het best in schaduw en natte grond, bijvoorbeeld langs een vijverrand.
Verzorging
- Een potprimula blijft het langst mooi op een koele, lichte plek zonder directe zon.
- Geef water zodra de bovenlaag begint op te drogen en laat de wortels niet in water staan.
- In het voorjaar kan de plant naar buiten, in vochtige, humusrijke grond.
- De ASPCA meldt dat Primula vulgaris bij honden en katten lichte braakneigingen kan geven, dus zet hem buiten hun bereik.