Roze uit paarse voorouders
De tuinpetunia is een kruising van twee Zuid-Amerikaanse soorten. De ene, Petunia axillaris, bloeit wit. De andere, die de Nederlandse Wikipedia als de violette tot karmijnrode Argentijnse Petunia violacea beschrijft en die nu meestal P. integrifolia heet, bracht de paarse en rode tinten mee. Uit die combinatie van wit en paars ontstond het hele roze palet: van bijna wit pastel via zalm tot fel roze.
Veel rassen hebben donkerdere nerven of een donker hart, andere een witte rand of een witte ster.
Water geven bij warm weer
Petunia's in bakken en hangpotten hebben weinig grond om uit te putten. Toch is vaak een beetje water geven niet de beste aanpak.
- Geef in één keer royaal water als de bovenlaag droog voelt; met kleine scheutjes blijven de wortels ondiep.
- Zorg voor een gat in de bodem van de pot, zodat er geen water blijft staan.
- Giet op de grond en niet over het blad, om ziektes te voorkomen.
- Controleer kleine potten op hete dagen extra vaak, want die drogen het snelst uit.
- Voed de hele zomer door, want een rijke bloei vraagt veel.
Roze combineren
Roze past goed bij wit, zilvergrijs blad en lichtblauw. Een hangpot met alleen roze ziet er zacht en vol uit; naast donkerrood of paars krijgt lichtroze juist meer diepte. Pastelroze is het mooist van dichtbij, dus zet het bij een zitplek of naast de tuintafel. Fel roze draagt verder en kan aan de straatkant.
Zon, snoeien en huisdieren
Een roze petunia wil minstens vijf uur zon per dag. Knijp bij het planten de toppen in, haal uitgebloeide bloemen weg en knip lange, kale scheuten in de nazomer terug tot ongeveer de helft. Grootbloemige roze rassen hebben meer last van regen dan veelbloemige of hangende types. Voor wie huisdieren heeft: ASPCA beoordeelt petunia's als niet giftig voor honden, katten en paarden.