Witte trompetnarcissen
De wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus) bloeit in de natuur geel: lichtgele bloemdekbladen rond een donkerder gele trompet. Witte paasnarcissen zijn dus gekweekte cultivars. Ze horen bij de groep trompetnarcissen, de eerste divisie in de indeling van narcissen. Kenmerk van die groep: één bloem per steel, met een trompet die minstens even lang is als de bloemdekbladen.
Ze lijken dus sterk op de wilde narcis, maar zijn geen zuivere wilde soort.
De bekendste witte trompetnarcis is de oude cultivar 'Mount Hood'. Hij heeft melkwitte bloemen van ongeveer 10 centimeter doorsnee, wordt zo'n 45 centimeter hoog en kreeg de Award of Garden Merit van de Royal Horticultural Society. Binnen dezelfde groep zijn er ook tweekleurige cultivars, met witte bloemdekbladen en een gele trompet.
Bollen planten in de herfst
- Plant de bollen in de herfst op een zonnige of halfschaduwrijke plek met goed doorlatende grond.
- Trompetnarcissen vermeerderen zich jaar na jaar en passen goed in de rand van een gazon of onder bomen.
Witte en gele narcissen kun je prima samen planten. In groepjes geplant vangt het wit tussen het geel het licht en geeft het een voorjaarsborder extra helderheid.
Wit in het boeket
Een witte narcis is rustiger dan een gele en past bij groen-witte voorjaarsboeketten, een paastafel of een lentefeest. Houd rekening met het slijm uit de stelen: zet narcissen eerst minstens zes uur in een eigen emmer voordat je ze bij tulpen of andere bloemen voegt, en snijd ze daarna niet opnieuw.
In de vaas kun je rekenen op ongeveer vijf tot zeven dagen.
Voorzichtig met bollen
Alle narcissen, ook de witte, bevatten lycorine en verwante alkaloïden. De ASPCA noemt ze giftig voor honden, katten en paarden; de bol is het giftigste deel. Bewaar de bollen die je nog wilt planten daarom buiten bereik van huisdieren en kinderen.