Het kleine zwaard
De naam gladiolus is een verkleinwoord van het Latijnse gladius, zwaard, naar de smalle, zwaardvormige bladeren. Daarom heet de plant in het Nederlands ook zwaardlelie, al is het geen lelie maar een lid van de irisfamilie (Iridaceae). Er zijn zo'n 260 soorten. Het zwaartepunt ligt in de Kaapse flora van zuidelijk Afrika; in Eurazië komen maar ongeveer tien soorten wild voor.
Wilde gladiolen hebben vaak bescheiden bloemen van hooguit vier centimeter breed. De grote bloemen van de bloemist zijn het resultaat van lange veredeling.
Drie kweekgroepen
Tuin- en snijgladiolen worden ingedeeld in drie hoofdgroepen: Grandiflorus, de bekende lange snijgladiolen met grote bloemen, Primulinus en Nanus, de kleinere gladiolen. De meeste wilde soorten hebben 30 chromosomen, maar de Grandiflora-hybriden zijn tetraploïd met 60 chromosomen. Grote snijgladiolen zijn er in bijna alle kleuren: wit, groen, geel, oranje, zalm, roze, rood, lavendel, violet en zelfs bruinig.
Gladiolen en de Vierdaagse
In Nederland is de gladiool verbonden met de Internationale Vierdaagse in Nijmegen: wandelaars die de tocht uitlopen, krijgen traditioneel gladiolen. Elders wordt de gladiool geassocieerd met augustusverjaardagen en met de veertigste trouwdag. Vincent van Gogh schilderde gladiolen, en de componist Scott Joplin schreef een Gladiolus Rag.
Knol, geen bol
Een gladiool groeit uit een ronde, symmetrische knol, net als een krokus. Rond de knol vormen zich kleine broedknolletjes, maar het duurt lang voordat die bloeigrootte halen; telers kopen daarom meestal nieuwe knollen. In gematigde streken haal je de knollen in de herfst uit de grond en bewaar je ze vorstvrij tot het voorjaar.
Sommige winterharde soorten verdragen vorst tot ongeveer min 26 graden.
In het boeket zorgt een gladiool voor de lijn. Zet de lange stelen eerst in de vaas en vul de onderkant aan met ronde bloemen zoals dahlia's of rozen. Volgens de ASPCA is gladiool giftig voor honden, katten en paarden, met de knol als giftigste deel.