Een winterbloeier uit Klein-Azië
De soortnaam persicum verwijst naar Perzië, maar daar komt de plant niet vandaan. De wilde cyclaam groeit in het westen van Klein-Azië, van Zuidwest-Turkije tot in Jordanië, op rotsige hellingen, in struikgewas en in bossen tot zo'n 1200 meter hoogte. Daar zijn de zomers heet en droog en de winters koel en nat.
Dat verklaart het ritme van de plant: bloeien in de koele periode, in de zomer terugtrekken in een ondergrondse knol.
In Nederland wordt Cyclamen persicum ook wel Perzische cyclaam genoemd. De kamerplanten in de handel zijn triploïde of tetraploïde cultivars van deze ene soort. Buiten overleven ze onze winter niet; kwekers telen ze onder glas.
Herkennen
Je herkent een cyclaam aan de hartvormige bladeren, vaak met een zilverig patroon, en aan bloemen waarvan de vijf kroonblaadjes naar achteren omhoog staan. Wilde planten bloeien wit tot lichtroze met een donkerroze tot paarse vlek aan de basis en ruiken zoet. Bij de meeste gekweekte cyclamen is die geur verdwenen.
Verzorging in huis
- Licht: veel licht, maar geen felle middagzon.
- Temperatuur: koel, overdag rond 15 tot 18 graden en 's nachts rond 10 graden. Hoe koeler, hoe langer elke bloem en de hele bloeiperiode duren.
- Water: houd de grond tijdens de bloei licht vochtig. Giet niet op de knol, want die rot snel. Veel mensen zetten de pot een kwartiertje in een bak water.
- Uitgebloeide bloemen: draai de steel rond en trek hem met een rukje bij de basis los.
Zo kan een cyclaam tot ongeveer drie maanden bloeien.
Rust en giftigheid
Aan het eind van het voorjaar vergeelt het blad en gaat de plant twee tot drie maanden in rust. Daarna kun je de knol oppotten met de bovenste helft boven de grond. Volgens de ASPCA is de cyclaam giftig voor honden, katten en paarden door terpenoïde saponinen. Vooral de knol is gevaarlijk: na het eten van grote hoeveelheden kunnen hartritmestoornissen en stuipen optreden.