De kleuren van vingerhoedskruid
Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) komt van nature voor in West-Europa en Noord-Afrika en is in Nederland een gewone plant van bosranden en open plekken in het bos. De bloemen zijn meestal magenta of paarsroze, maar lichtroze en witte planten komen ook in het wild voor. In tuinen zijn er bovendien gele en abrikooskleurige cultivars.
Aan de binnenkant van de klokvormige bloem zitten donkere vlekken die bestuivers de weg wijzen.
Lichtroze cultivars vind je in verschillende reeksen. De Camelot-reeks, bekroond door de Royal Horticultural Society, heeft bijvoorbeeld een roze variant: 'Camelot Rose'.
Een tweejarige plant
- In het eerste jaar maakt vingerhoedskruid alleen een bladrozet, dat plat tegen de grond overwintert.
- In het tweede jaar groeit een bloeistengel van een tot twee meter, die in juni en juli bloeit. Onderaan gaan de bloemen het eerst open.
- Na de bloei sterft de plant meestal, maar hij vormt duizenden zaden, waaruit in de buurt nieuwe plantjes kunnen opkomen.
De plant staat graag in halfschaduw in vochtige, goed doorlatende grond. Roze vingerhoedskruid past achter in een border en in een bostuin, waar de hoge bloeiaar van ver te zien is. Hommels kruipen tot in de bloemkroon voor de nectar, dus de plant brengt veel bestuivers in de tuin. Als snijbloem wordt hij weinig gebruikt.
Gevaarlijk giftig
Alle delen van vingerhoedskruid, ook bladeren, bloemen en zaden, zijn giftig voor mensen en dieren. De plant bevat hartglycosiden, zoals digitoxine en digoxine. Een vergiftiging kan de hartslag vertragen en leiden tot misselijkheid, braken en hartritmestoornissen, in het ergste geval een hartstilstand.
De ASPCA noemt bij honden, katten en paarden onder meer hartritmestoornissen, diarree, zwakte en hartfalen. Zet vingerhoedskruid niet waar kleine kinderen of huisdieren spelen, en draag handschoenen als je de plant snoeit of verplant.
Van gifplant naar hartmedicijn
Dat de plant op het hart werkt, is al lang bekend. De Engelse arts William Withering gebruikte vingerhoedskruid bij hartfalen en vochtophoping, en hartglycosiden uit Digitalis worden nog steeds als medicijn gebruikt. Zelf iets met de plant doen is levensgevaarlijk: een werkzame en een dodelijke dosis liggen dicht bij elkaar.